Geschonken door Willem de Ridder

Inleiding

Nadat het Utrechts Psalter door Arundel naar de Nederlanden was meegenomen (zie hfst. 13), is het onduidelijk wat er daarna met het handschrift gebeurde. Pas in 1716 duikt het handschrift weer op in de bronnen. Aanleiding is het overlijden van Willem de Ridder als bejaard jonghman – met andere woorden, vrijgezel – op 18 maart 1716. Hij werd begraven in de Utrechtse Catharijnekerk. Willem de Ridder woonde op Janskerkhof 5 met zijn mondige suster, Deliana, eveneens vrijgezel.

De schenking van het Utrechts Psalter

Op 3 april opende Deliana zijn besloten testament in bijzijn van notaris Nicolaes Vonck, die de opening van het testament vastlegde, al is het testament zelf verloren gegaan. Of er echter in het testament een provisie stond over het handschrift wat wij nu als het Utrechts Psalter, is te betwijfelen. Op 6 april noteert de secretaris van de vroedschap van de stad Utrecht, het lichaam dat ook de Universiteits- cq. Stadbibliotheek bestuurde, het volgende:

“Den secretaris Wachendorff heeft ter vergadering voortgebragt en overgelevert een seer out manuscript op parkement van de latijnse psalmen Davids en andere gesangen van de H. Schrift, geïllustreert met oude teekeningen in romeynse kledingen, welck manuscript behoort hebbende tot den boedel of bibliotheek van den commis de Ridder, nu overleden, door denselven op sijn doodbedde was gelast tot een vereeringe na sijn dood in stads bibliotheek te worden overgebragt, en alsnu door des overledens suster en erffgenaam tot voldoening van des overledens begeeren (?) alhier wierde overgelevert, waarop gedelibereert sijnde, heeft de vroedschap het voorsz. vereerde manuscript voor aangenaem en tot een ornament van stads bibliotheecq aengenomen, en is de voorn(oemde) secretaris Cornelis Antoni van Wachendorff gelast en geauthoriseert omme gemelte Jonckvrouwe de Ridder voort voorsz. praesent van stadtswegen te bedanken.” (transcriptie in Engelbregt 1965, p. 13-14).

De secretaris die dit noteerde was Cornelis Anthony Wachendorff (1667-1730) zelf, die getrouwd was met Aletta van Sypesteyn,  een achternicht van Willem en Deliana. Aletta zou samen met haar twee zusters Janskerkhof 5 erven toen Deliana in 1726 overleed. Wachendorff was in 1691 gepromoveerd in de rechten aan de Universiteit Utrecht, maar kwam oorspronkelijk uit Kleef.

Boeken en prenten

Volgens de bovenstaande beschrijving gaat het bij het oude handschrift om een praesent, een schenking, die Willem de Ridder deed terwijl hij op sterven lag. In het handschrift zelf werd op de versozijde van het schutblad neergeschreven: Bibliothecae urbis Trajectinae donavit D(ominus) de Ridder: ‘Aan de bibliotheek van de stad Utrecht geschonken door de heer De Ridder’. Strikt gezien is er dus geen sprake van een (testamentair) legaat.

Bij zijn dood was Willem commies van militaire zaken, wat hij in 1697 was geworden. Hij behoorde daarmee tot het hogere niveau van gewestelijke ambtenaren. In 1693 was hij al opgeklommen tot eerste klerk bij de Staten van Utrecht. Dit betekende dat hij en zijn zuster in betrekkelijke welstand konden leven. Willem had wel enige belangstelling voor boeken. Ruim twee jaar na zijn overlijden liet Deliana op 6 oktober 1718 vastleggen dat na haar dood de boeken en collectie prenten van haar broer per veiling verkocht moesten worden. Er zijn echter geen boeken of prenten met zijn naam erop bekend.

De familie De Ridder

Er zijn geen aanwijzingen hoe of via wie Willem de Ridder het Utrechts Psalter verkreeg. Toch is het belangrijk om in te gaan op zijn familie, al is het maar om verwarring te voorkomen met andere Willem de Ridders die omstreeks deze periode in Utrecht leefden, en met wie ‘onze’ Willem de Ridder nogal eens is verward. De Willem de Ridder in kwestie werd op 17 juni 1649 gedoopt; hij was dus 66 toen hij stierf. Zijn vader Cornelis de Ridder (†1653) en zijn moeder Jannigje van der Woert (†1673) hadden in het totaal zes zonen en één dochter: Sebastiaan (1636-fl. 1693), Gijsbert (1639-jong gestorven), Peter (onbekend en waarschijnlijk jong gestorven), Johannes (1646-fl. 1693), Willem (1648-jong gestorven), Willem (1649-1716) en Deliana (onbekend-†1726).

Na Jannigjes dood erfde de oudste zoon, Sebastiaan de Ridder, het huis op Janskerkhof 5. Hij werkte zich echter voortdurend in de schulden en moest het huis al snel verhuren aan notaris Gysbert van Bylevelt. Ook moest hij verschillende keren een plecht (hypotheek) op het huis afsluiten om aan zijn schulden te voldoen. Uiteindelijk verkocht hij het huis in 1684 aan Willem, maar Van Bylevelt trok pas uit het huis nadat zijn vrouw Cornelia in 1697 was overleden. Willem kon zijn ouderlijk huis eindelijk weer betrekken. Janskerhof 5 kijkt nu nog steeds uit op de Janskerk, waar de toenmalige Universiteits- cq. Stadsbibliotheek gevestigd was (nu rechts van Hemingway, nr. 6, en Boekhandel Bijleveld op de hoek, nr. 7). Je kan je afvragen of Willem het psalter aan de bibliotheek had geschonken als hij elders in de stad had gewoond.

Willems vader Cornelis de Ridder was ook klerk bij de Staten van Utrecht geweest. Hij was de zoon van Sebastiaan de Ridder (†1621), de zoon van Jan Willemsz de Ridder (fl. 1608). Verder terug in de tijd lijkt zijn stamboom niet met zekerheid te reconstrueren. Cornelis was in 1634 getrouwd met Jannigje van der Woert, die Janskerkhof 5 erfde van haar vader Gysbert van der Woert. Deze had ook een tweede dochter, Catharina, die in 1660 trouwde met Everardus van Sypesteyn (1637-1716), een lid van de Utrechtse vroedschap. In 1670 trad hij op als voogd van Willem; hij was ook de vader van de al genoemde Aletta van Sypesteyn.

Een bijzonder handschrift

Uit de notulen van Wachendorff en de inscriptie over de donatie in het Utrechts Psalter zelf blijkt dat de betrokkenen onderkenden dat het oude psalter een bijzonder handschrift was, ‘een ornament’. In de Catalogus Bibliothecae Trajectino-Batavae uit 1718 is het psalter al opgenomen (p. 455) met als signatuur N.280a*. Het eerste deel van de beschrijving uit de tijd van Cotton wordt in de catalogus letterlijk overgenomen en er wordt dus vanuit gegaan dat het uit de tijd van de Romeinse keizer Valentinianus (III) stamde. Ondanks de uitzonderlijke kwaliteit van het oude psalter weten we helaas niet hoe en wanneer Willem de Ridder eraan gekomen was.

Verder lezen

Dit hoofdstuk is voor het grootste gedeelte een samenvatting van:

J. H. A. Engelbregt, Het Utrechts Psalterium: een eeuw wetenschappelijke bestudering (Utrecht 1965), pp. 13-14.

Koert van der Horst, ‘The Utrecht Psalter: picturing the psalms of David’, in The Utrecht Psalter in medieval art: picturing the psalms of David, eds. K. van der Horst, W. Noel & W. C. M. Wüstefeld (’t Goy 1996), pp. 22-84: p. 36.

Caroline Pelser, ‘Huizen aan het Janskerkhof: Janskerkhof 5’ (inclusief Genealogie Van der Woert / De Ridder), http://www.huizenaanhetjanskerkhof.nl/huizen/janskerkhof-zz/janskerkhof-5, geraadpleegd 25-9-2015.